Geschiedenis

(klik op de plaatjes voor een vergroting)

Jacob van Deventer Deventer medio 1500 Waterslootse poort Delft Gemeenteatlas 1868 Stadspoort
afb. 1
afb. 1a
afb. 2
afb. 3

Overzichtsgeschiedenis van de Buitenwatersloot

De Buitenwatersloot kent een relatief lang verleden. Oorspronkelijk waren Binnen- en Buitenwatersloot één geheel. Door de aanleg van de stadsvest in 1355 kwam een gedeelte van de Watersloot buiten de stad te liggen. Toen ontstond ook een splitsing in Binnen- en Buitenwatersloot. Vermeld in 1414 als Watersloot buiten het poorthuis. In een keurboek van Delft uit de tweede helft van de vijftiende eeuw komt de naam Watersloot poort voor. De stadsbrand van 1536 is waarschijnlijk aan de Buitenwatersloot ontstaan. Ten tijde van de brand was er sprake ven een stevige noord-westelijke wind. Op de kaart van Jacob van Deventer van ongeveer 1550 (afb. 1) komt de Waterslootse poort zonder bolwerk voor. Op de kaart van Dirck van Bleyswijck uit 1678 is het bolwerk aangebracht. Voor de bouw werden enkele panden van de Buitenwatersloot en de Houttuinen afgebroken. Volgens een inscriptie aan de kant van de stad was deze stadspoort door de oorlog verwoest, maar 20 jaar later herbouwd (afb. 1a). In 1846 was er een nieuwe brug voor de Waterslootse poort gebouwd ten behoeve van het spoorwegplan. De poort werd toen gesloten en werd er besloten tot verkoop voor afbraak. Het gebouw werd in 1847 verkocht aan D. Schaap voor de prijs van f 3.000,--
De poort heeft vele namen gekend. Naast Waterslootse poort werd hij ook wel Maaslandse poort genoemd omdat de weg buiten het gebouw daarheen leidde. Dirck van Bleiswijk gaf de voorkeur aan de naam Westlandse poort of Delflandse poort omdat de hoge vierschaar van Delfland in de poort recht sprak. Verder Sint-Jorispoort omdat ze gewijd is geweest aan Sint Joris.
Naast de benaming Buitenwatersloot komt men ook de benaming Kickert of Kickertsloot en De Gaegh tegen (afb. 2). Het Hoogheemraadschap van Delfland spreekt van de Gaag of Kickert. De Delftste commissie voor de straatnaamgeving vond het logisch om het water de naam van de straat te geven. Dat is in feite een waternaam, maar dit werd niet geaccepteerd, zodat het water nog steeds Kickert heet.
Rechtsonder op (afb. 3), deel van de kaart figuratief van Delft, is de hoek van de Buitenwatersloot met de Coenderstraat te zien . Al in de vijftiende eeuw kwam op de Buitenwatersloot de Coenraetstege uit. Deze steeg vormde sinds de aanleg van het baston de oostelijke begrenzing van de bebouwing langs de zuidzijde van de Buitenwatersloot. De voormalige steeg werd in de negentiende eeuw verlengd en verbreed tot de Coenderstraat. Ten westen van de steeg was bij de aanleg van het bastion een driehoekig plein ontstaan , rechtsboven op het kaartblad dat in de zeventiende eeuw met bomen was beplant. Toen het Spaanse gevaar was geweken mocht er weer buiten de wallen worden gebouwd. Op de plek van het bastion werd het eerste station van Delft gebouwd. (Kies knop Het spoor voor het artikel Van poort tot spoor van Wim Weve). Op de hoek van de Buitenwatersloot lag al in de zeventiende eeuw de herberg van de familie de Bolk. Tot 1939 was op deze plaats nog steeds een hotel met de naam De Bolk (zie pand nr. 1). De Buitenweg leidde destijds om het bastion heen over een nieuwe gemetselde brug over de Buitenwatersloot die de naam de Bolkbrug kreeg. Links daarvan was een hek afgebeeld waarmee doorgaand verkeer over de Buitenweg werd verhinderd of op zijn minst werd gereguleerd (ook toen al). Dit gedeelte van de vroegere Buitenweg werd later de Spoorsingel. In de stadsgracht buiten het bastion is een steigertje voor schepen getekend. Vlak bij de herberg is het "Maassluyse Veer" aangegeven vanwaar de trekschuiten naar Maassluis vertrokken. Voor de aanleg van het trekpad langs het water (aan de noordzijde) was op 11 februari 1644 door de Staten van Holland en West-Friesland toestemming gegeven. Een argument voor de aanleg was dat de visserij van Maassluis met haar vis moeilijk de vismarkt in Delft kon bereiken. Met een trekschuit zou de reistijd met enkele uren kunnen worden teruggebracht. En bovendien reisden de passagiers er veel geriefelijker in dan in een over de slechte wegen hobbelend rijtuig. Onderweg moest wel gestopt worden bij een overtoom. Daar konden de reizigers zich vertreden in een uitspanning, terwijl de schuit over overtoom werd getrokken. De Bolkbrug werd in de achttiende eeuw genoemd naar de commissaris van het Maassluise veerhuis, de Commissarisbrug.

Voor de stadsbrand van 1536 stonden aan de noordzijde van de Buitenwatersloot 9 panden en aan de zuidzijde 3 (als bezit van het klooster Koningsveld?), na de stadsbrand 0 en 0.

Percelen land Kartuiserklooster Jacob van Deventer rond 1550 Karthuiser klooster ruïne Gezicht binnen het Kathuyzerklooster
afb. 4
afb. 5
afb. 6
afb. 6a

Destijds was de grond aan de brede kant van de Buitenwatersloot in het bezit van het Kartuizerklooster (afb. 4), (Kartuize Sint-Bartholomaeeus in Jeruzalem), dat van 1470 - 1572 dicht bij de Buitenwatersloot stond op het terrein waar later het Oude- en Nieuwe Gasthuis stonden (afb. 5) (inmiddels vervangen door woningen). De stichting van dit klooster werd voorbereid in 1469 door Frank van Borselen, de laatste echtgenoot van Jacoba van Beieren. In 1470 kwam een viertal monniken naar Delft om een en ander op te starten onder leiding van Simon van der Schueren, die ook de eerste rector werd. In 1572 werd het klooster met andere gebouwen die buiten de stadswallen lagen, als veiligheidsmaatregel gesloopt om te voorkomen dat de vijand er bij een aanval op de stad gebruik van kon maken. De hervorming maakte een eind aan het kloosterleven hier. De laatste prior is in ballingschap gestorven. Joost van Schoonhoven viel door verraad in handen van de geuzen en werd in Brielle ter dood gebracht.. Zowel in het archief van het Hoogheemraadschap van Delft als in het Nationaal Archief te 's-Gravenhage zijn nog archiefstukken betreffende dit klooster aanwezig.
In 1959 werd door de dienst van openbare werken als onderdeel van het bouwrijp maken van de voor woningbouw bestemde terreinen in de Krakeelpolder ten zuiden van de Buitenwatersloot een aantal weteringen gegraven ten behoeve van de waterhuishouding, waarbij allerlei resten werden gevonden. Men heeft toen aan de hand van de gevonden resten de plattegrond van het klooster zo ongeveer kunnen reconstrueren. Weliswaar bestaan er verschillende afbeeldingen van de ruïne van het klooster maar die schijnen grotendeels aan de fantasie te zijn ontsproten (afb. 6, 6a).
Naast het klooster werden ook alle andere panden gesloopt. Pas toen het gevaar geweken was mocht weer met de herbebouwing worden begonnen. Aan de Buitenwatersloot zijn nog resten uit de 17e eeuw bewaard gebleven. Het pand 125 bezit boven het aangebouwde poortje een steen met het jaartal 1531. De nummers 56, 198 en 200 zijn nog 17e eeuwse voorbeelden van het eenlaagshuis met de topgevel aan de straatzijde (Zie De stad Delft, cultuur en maatschappij van 1572 tot 1667 pag. 62)

Begin Buitenwatersloot rond 1850 Schoftgebint 1929
afb. 7
afb. 8

Rond 1850 bevond zich het station op de plaats waar nu (nog) de Houttuinen zijn. Rechts daarachter de societeit van het Delfts Studenten Corps, later verplaatst naar de Phoenixstraat. Het getoonde pand is eerst uitspanning geweest en daarna vele jaren bioscoop. (afb. 7 met dank aan Jan Lagendijk)

De woningen aan de Buitenwatersloot waren gevarieerd. Naast (vrij) ruime woningen en winkelpanden stonden er veel arbeiderswoningen, soms in "uitstulpingen" van de straat (ten dele later uitgegroeid tot straten toen het achterland tot woongebied werd), of achter poortjes bij woningen van tuinders ten behoeve van hun personeel). Gemiddeld verdiende eenarbeider rond 1900 zo'n 10 gulden per week voor een werkweek van rond de zestig uur. Hiervan ging omstreeks twee gulden af voor de huur, zodat er weinig overbleef voor het levensonderhoud. Veel vrouwen uit deze gezinnen zochten daarom bijverdienste (wassen, poetsen, breien), terwijl ook de kinderen vroeg aan het werk gingen. Veel van deze huisgezinnen woonden in één, soms tweekamerwoningen. De kinderen sliepen dan dikwijls op de (onbeschoten) zolders, de ouders in een bedstee beneden in de kamer (vaak tevens keuken). In 1870 werd het tonnenstelsel ingevoerd. Deze stond als regel op het plaatsje achter het huis. Soms moesten meerdere gezinnen samen zo'n tonnetjesprivaat gebruiken. De ton moest soms via de kamer gewisseld worden.
Eerst in 1870 werd begonnen met de aanleg van de waterleiding, maar was volgens het gezondheidsonderzoek in 1907 nog niet ieder pand daarop aangesloten.
In 1878 werd aan de toenmalige gemeentearchitect DE Bruyn Kops gevraagd een plan te ontwerpen voor een arbeiderswijk in de Krakeelpolder.
De motivatie was: "Door een regelmatige aanleg van nieuwe buurten en van goede woningen, ook voor den kleinen burger, de nijverenman, zal men den algemeenen gezondheidstoestand verbeteren, de openbare zedelijkheid bevorderen, en door bestrating en verlichting verkeer en veiligheid vermeerderen". (Handelingen gemeenteraad van 16 mei 1878). Zo ontstond er een bouwplan voor het Westerkwartier. De dwarsstraten, die op de Buitenwatersloot uitkwamen werden eerst vanaf de stad de eerste tot en met de vijfde Westerdwarsstraat genoemd. De benaming van de straten van het Westerkwartier. veroorzaakten een vrij ingewikkelde situatie, zodat de Gemeenteraad in 1896 besloot elke straat een afzonderlijke naam te geven, waarbij de huidige naamgeving werd ingevoerd. Met de invoering van het nieuwe stratenplan werden een aantal huizen van de Buitenwatersloot die in uitstulpingen stonden, tot de nieuwe straten gerekend en kregen aldus een nieuw adres. Later zou iets overeenkomstigs aan de smalle zijde plaatsvinden.

Ooit bezat Delft een echte spoorhaven aan de Bolk (zie laatste afb. van het artikel Van poort tot spoor van Wim Weve, onder de knop Het spoor). Via een aftakking van het emplacement van de Parallelweg naar de Coenderstraat werden de goederenwagons afgestopt door een groot stootjuk. Het emplacement werd afgeschermd door een groot ijzeren hek langs de Coenderstraat waarlangs ook de WSM - stoomtram reed. Op de donderdagen tijdens de weekmarkten was het tevens een parkeerplaats voor de vele boerenwagens en tilbury's van de boeren die hun paarden stalden in de stalhouderij van de heren Vos van hotel de Bolk (zie pand 1). Het was ook een vaste losplaats van kolenwagens voor de brandstoffenhandel van Siem Oliemans. Ook de Zoutkeet (naast café de Tobbe) maakte gebruik van deze losplaats. Het zout was destijds verpakt in balen van 50 kilo. Met de handkar werd het zout bij de kruideniers, bakkers en slagers afgeleverd. Omdat de tuinders rondom Delft en in het Westland hun kassen nog met kolen verwarmden, werden er aan de spoorhaven wagons met kolen aangevoerd.
Via een stortgoot werden de kolen in schuiten gestort.
De vervoerders huurden de schuiten bij de gebroeders Emeys aan het Malle Gat bij het huidige Armentarium. Het leeuwendeel van het kolentransport werd verzorgd door vader en zoon Immers, in de volksmond de Habbeldebabbels genoemd.

Ter hoogte van nr 32 was een noodsluisje geconstrueerd (afb. 8). Het is nu nog te zien aan de uitstulpingen van de wallekant en de groeven die zich daar in het metselwerk bevinden, waarin destijds de balken konden worden neergelaten. Het diende als een watervloedkering. Deze deed in 1903 nog dienst bij de doorbraak in de Kethelpolder. Op een afbeelding uit 1929 is het schoftgebint te zien. Hiertussen werden de balken neergelaten. Aan de brede kant stond toen nog een urinoir.

De Buitenwatersloot was toen een ware winkelstraat. Naast de vele bakkers, groenten en kruidenierszaken waren er zelfs drie cafe's.

De kade aan de noordzijde ten westen van het Westeinde heette oorspronkelijk Hoornsekade. Omdat de huisnummering problemen opleverde met het gelijknamige verlengde in Den Hoorn (gemeente Schipluiden) besloot de Delftse gemeenteraad dit deel bij de Buitenwatersloot te voegen. Dit gebeurde op 26 juni 1968.

Net voorbij de later ontstane Krakeelpolderweg lag aan de brede kant een klein wijkje, Siberie. Inmiddels is het afgebroken en vervangen door nieuwbouw. Vlak na Siberië stond een groot fabrieksgebouw, oorspronkelijk opgetrokken voor Lambert Vermeerten, maar deze ging eind negentiende eeuw failliet. Later werd het pand overgenomen door de drijfriemenfabriek van Adams, die zijn bedrijf oorspronkelijk aan de kantorengracht uitoefende. Juli 1941 werd de kogelgieterij door Engelse vliegtuigen gebombardeerd, een paar dagen daarvoor hadden lange colonnes daar ladingen Duitse munitie gebracht die in de loodsen was opgeslagen. Daarbij ontstond ook brand in de fabriek van Adams.

Verlenging Buitenwatersloot.
Oorspronkelijk liep de Buitenwatersloot tot waar nu de Provinciale weg de Buitenwatersloot overbrugt. Juist op de toenmalige grens van de gemeentes Delft en Schipluiden lagen aan de Hoornseweg de witte huizen. Hier woonden destijds o.a. de voorouders van de familie Overkamp (zie 149). Later vond verlenging plaats tot waar een watersportcentrum is gevestigd. Tot de verlenging door naamswijziging Hoornsekade werd beslist op 26 juni 1968. Dit werd eerst in het Raadsbesluit d.d. 30 januari 1997 bevestigd. Per 1 januari 2004 werd de brede kant verlengd tot/met de vroegere stoomolieslagerij Mercurius (Nu Buitenwatersloot 411)

Waar nu aan de smalle kant een rijtje nieuwbouw staat, met de achterdeuren naar de slootkant, en het vroegere belastingkantoor stond vroeger de houtzagerij Van Vreeburg, die voor de Tweede Wereldoorlog is afgebrand. De kastanjeboom er tegenover aan de brede zijde bij de …school (toen voor het tuindershuis van Overvoorde) was voor de helft door de vlammen en de hitte verschrompeld staat er nog steeds. Bij houtzagerij Vreeburg was ook een trapjesbrug over de sloot. Deze is omstreeks 1930 verdwenen.


Volgens het telefoonboek van 1915 (denkelijk het eerste) hadden de volgende personen, woonachtig/gevestigd aan de Buitenwatersloot, toen telefoon:
Hotel "De Bolk", Stalhouderij, JR Vos, Buitenwatersloot 1
S.J. van Kampen Jr.
B.A. v.d. Knaap, Vleeschhouwer
Job Knoester
C. Lensveld v.h. Diederik, Vleesh. en Spekslager
Ned. Gist- en Spiritusfabriek (De Postduif)
S. Oliemans v/h fa W.A. de Wilde, Steenk. handel
K. Reedijk, fruit groenten en aardappelen
M. Ruis, vrachtrijder
L.A. Vreeburg Houtkooper
J.C. van Woerden, banketbakker 1915

Wanneer men de huidige bewoning overziet, blijkt dat de Buitenwatersloot niet alleen in het verleden maar ook tegenwoordig heel wat bedrijven en bedrijfjes kent.

Bronnen:
de-wit.net
van Daalen, Delftse Poorthistorie.
H.L. Houtzager, G.C. Klapwijk, H.W. van Leeuwen, M.A. Verschuyl en W.F. Weve, De Kaart Figuratief van Delft.
Dr. J.P. Gumbert e.a., De Kartuizers en hun Delftse klooster, uitgave van het Genootschap Delfia Batavorum, 1975.
Dr. P.C.J. van der Krogt, Straatnamen van Delft 2e druk, 2000.